Je pakt een kussen van de bank en denkt: moet ik nu zeggen die kussen of dat kussen? Het is een vraag die veel mensen bezighoudt, en terecht. Het Nederlandse lidwoordsysteem is soms lastig, zeker bij alledaagse woorden die je dagelijks gebruikt. In dit artikel geef je snel en duidelijk antwoord op de vraag: is het nu die of dat kussen?
Het korte antwoord: die of dat kussen?
Het juiste lidwoord bij kussen is het. Dat betekent dat je verwijst naar een kussen met het aanwijzend voornaamwoord dat.
- ✅ Dat kussen ligt lekker.
- ✅ Het kussen op de bank is nieuw.
- ❌ Die kussen ligt lekker.
- ❌ De kussen op de bank is nieuw.
Kortom: kussen is een onzijdig woord met lidwoord het, en bij onzijdige woorden gebruik je dat in plaats van die.
Hoe werkt het lidwoordsysteem in het Nederlands?
Het Nederlands kent twee soorten lidwoorden: de en het. Dat klinkt eenvoudig, maar in de praktijk is het lastig om te onthouden welk woord welk lidwoord krijgt.
De-woorden
De meeste Nederlandse zelfstandige naamwoorden zijn de-woorden. Denk aan: de bank, de stoel, de tafel. Bij deze woorden gebruik je in de aanwijzende vorm het woord die. Bijvoorbeeld: die stoel of die tafel.
Het-woorden
Het-woorden zijn onzijdige woorden. Voorbeelden zijn: het bed, het raam, het kussen. Bij deze woorden gebruik je in de aanwijzende vorm het woord dat. Dus: dat bed, dat raam, dat kussen.
Ben je ook benieuwd naar het lidwoord van andere woorden in huis? Lees dan ook de of het lamp: juiste lidwoord, want ook daar struikelen veel mensen over.
Hoe onthoud je dat kussen een het-woord is?
Er is helaas geen magische regel die voor elk Nederlands woord werkt. Maar er zijn wel een paar handige trucjes om je te helpen.
Trucje 1: gebruik een woordenboek
Het Van Dale woordenboek geeft bij elk woord aan of het een de- of het-woord is. Bij kussen staat duidelijk het kussen. Dit is de meest betrouwbare methode.
Trucje 2: verkleinwoorden zijn altijd het-woorden
Elk verkleinwoord in het Nederlands heeft altijd het lidwoord het. Dus het kussentje is sowieso een het-woord. Dat helpt je ook herinneren dat het basiswoord kussen bij hetzelfde geslacht hoort.
Trucje 3: de website lidwoord.nl
Op lidwoord.nl typ je een woord in en krijg je direct het juiste lidwoord te zien. Handig als je snel even wil controleren.
Meervoud: die kussens of dat kussens?
Zodra je over meerdere kussens praat, verandert de situatie. In het meervoud gebruiken alle Nederlandse zelfstandige naamwoorden het lidwoord de en het aanwijzend voornaamwoord die.
- ✅ Die kussens zijn zacht.
- ✅ De kussens op de bank zijn nieuw.
- ❌ Dat kussens zijn zacht.
In het meervoud is die kussens dus altijd correct. Het onderscheid tussen de en het speelt alleen in het enkelvoud.
Veelgemaakte fouten met kussen
Hier zijn de fouten die het vaakst voorkomen bij het woord kussen:
- Fout: De kussen is erg zacht. → Goed: Het kussen is erg zacht.
- Fout: Ik zoek die kussen met de blauwe hoes. → Goed: Ik zoek dat kussen met de blauwe hoes.
- Fout: Welke kussen past het beste? → Goed: Welk kussen past het beste?
Let op: net als bij kussen gaat het ook bij andere woonwoorden regelmatig mis. Wist je dat mensen ook twijfelen over de of het lijst? Het blijft lastig!
Welk of welke kussen?
Naast die en dat speelt hetzelfde principe bij welk en welke. Omdat kussen een het-woord is, gebruik je welk in plaats van welke.
- ✅ Welk kussen kies jij?
- ❌ Welke kussen kies jij?
De regel is simpel: welk hoort bij het-woorden, welke hoort bij de-woorden.
Andere woonwoorden: de of het?
Nu je weet dat kussen een het-woord is, ben je misschien ook nieuwsgierig naar andere woorden in huis. Hier zijn een paar veelgestelde twijfelwoorden:
- Het bed → dat bed
- De bank → die bank
- Het raam → dat raam
- De stoel → die stoel
- Het kussen → dat kussen ✅
Twijfel je ook over woonwoorden buiten de woonkamer? Lees dan eens de of het toilet: juiste lidwoord voor een verrassend antwoord.
Conclusie
Het antwoord is duidelijk: je zegt dat kussen, niet die kussen. Kussen is een onzijdig woord met lidwoord het, en bij het-woorden gebruik je altijd dat in de aanwijzende vorm. In het meervoud geldt de uitzondering: die kussens is dan weer de juiste keuze.
Houd er ook rekening mee dat je schrijft welk kussen, niet welke kussen. Nu weet je precies hoe je dit woord correct gebruikt. Twijfel je vaker over lidwoorden bij woonwoorden? Kijk dan ook eens naar ons artikel over meubels, meubelen of meubilair: wat is juist? voor meer taalkundige helderheid rondom woonvocabulaire.












