Vier woonstijlen met historie afbeelding

Sommige interieurstijlen zijn van alle tijden. Andere grijpen duidelijk terug op een bepaalde periode in de tijd. Wil jij een interieurstijl die geïnspireerd is op een bepaalde tijdsperiode? We hebben vier stijlen voor je op een rijtje gezet.

Het landelijke interieur

De landelijke stijl grijpt terug op de woonstijl in boerderijen aan het begin van de vorige eeuw. Daarbij wordt vooral gekeken naar de boerenkeukens. Die hadden vroeger meerdere functies, waaronder koken en eten, het ontvangen van de landarbeiders en in de winter verbleef men er soms de hele dag, warm bij de kolen in het fornuis, zodat de rest van het huis niet verwarmd hoefde te worden. De landelijke stijl is dan ook een combinatie van praktisch en gezellig. Alles had zijn eigen plek en de inrichting was ruimtelijk, maar met veel franjes en tierelantijntjes, die de ruimte een gezellige sfeer gaven.

Dat zie je in het landelijke interieur van nu nog terug. Franjes en tierelantijntjes, aarde-tinten en natuurlijke materialen voeren de boventoon. Voor het authentieke, landelijke element kun je accessoires zoals een kolenkit, emaille pannen, gehaakte kleedjes voor onder bloempotten of voor het raam en een houten eierrekje plaatsen. Deze vind je nieuw maar met een oude uitstraling in winkels, maar je vindt bij de kringloop of een boeldag op het platteland ook nog vaak spullen uit de oorspronkelijke tijd.

Jaren 30 interieur

Het jaren 30 woning interieur kenmerkt zich door tijdloosheid en functionaliteit. Woon je in een originele jaren 30 woning, dan heeft het huis waarschijnlijk erkers, glas-in-lood ramen, schuifdeuren tussen ruimtes en een hoog plafond. Maar ook een modern huis kun je prima in een jaren 30 stijl inrichten. Ambachtelijk gemaakte, houten meubelen passen hier goed bij, net zoals natuurlijke materialen en een licht kleurenpalet. Omdat functionaliteit voorop staat, zet je de ruimte niet te vol met spullen, maar houd je liever een meer open inrichting. Ook duurzaamheid hoort bij deze interieurstijl. Kies dus voor materialen en meubelen die lang meegaan, zoals natuursteen, baksteen, hout en leer.

Het industriële interieur

Het industriële interieur kent zijn oorsprong aan het einde van de negentiende en begin twintigste eeuw. In grotere Amerikaanse steden was steeds meer woningnood. Tegelijkertijd kwamen steeds meer fabriekspanden leeg te staan. Die panden werden omgebouwd tot appartementen. De oorsprong van het pand werd echter niet weggewerkt. De appartementen behielden hun grote ramen, hoge plafonds, buizen en baksteen bleven zichtbaar.

Dat zie je terug in de huidige industriële interieurstijl. De ruwe materialen, donkere kleuren en grote accessoires maken deze stijl robuust en stoer. Het kleurenpalet bestaat vaak uit zwart, wit, donkerblauw en grijs, er wordt gebruik gemaakt van natuurlijke materialen zoals beton, steen, hout en linnen, waarbij je mag zien dat het materiaal gebruikt wordt. Een barstje of rafelrandje draagt juist bij aan het stoere karakter van een industrieel interieur. Accessoires zijn groot, zoals industriële hanglampen en staande lampen, grote vazen of potten met planten en grote meubelen met bijvoorbeeld een leren bekleding.

Het jaren 60 interieur

Het interieur van de jaren zestig wordt gekenmerkt door ronde vormen, houten meubelen en pastelkleuren. Aan de andere kant zie je dat de knalkleuren en het gebruik van plastic al hun intrede deden. Met een jaren 60 interieur kun je dus twee kanten op.

Aan de ene kant neigde het interieur nog naar de rustige inrichting van de jaren vijftig. Functionaliteit en soberheid waren voor veel mensen een logische keuze na de oorlog, die schaarste en het besef van geld en materiaal met zich meebracht. In dit interieur zie je veel gebruik van hout, een open en sobere inrichting, pastelkleuren en een voorliefde voor ronde vormen.

Aan de andere kant begonnen mensen weer te genieten van overvloed en van het leven. Dat uitte zich vaak in het gebruik van knalkleuren zoals oranje, rood, geel en bruin, het toepassen van plastic in het interieur en geometrische vormen in kleden en behang. Wat in beide interieurs niet mag ontbreken, zijn groene planten.

Afbeeldingsbron eerste afbeelding: Veneta


Woontrends
Reageer op dit artikel

Laat commentaar achter