Die of dat foto? Het is één van die taalvragen waar je even bij stilstaat als je snel een bijschrift typt of een berichtje stuurt. Gelukkig is het antwoord simpel. En dat lees je hieronder meteen.
Het antwoord: de foto
Foto is een de-woord. Je zegt dus de foto, niet het foto. En dat betekent dat het verwijswoord die is, niet dat.
- ✅ Die foto is mooi.
- ❌ Dat foto is mooi.
Simpel toch? Toch gaat het hier regelmatig fout, want het woordje dat voelt voor veel mensen intuïtief ook goed aan. Dat komt omdat dat en die allebei veelgebruikte verwijswoorden zijn — maar ze horen bij verschillende soorten woorden.
Die of dat: wanneer gebruik je welke?
Het hangt er simpelweg vanaf of een woord een de-woord of een het-woord is.
- De-woorden krijgen het verwijswoord die.
- Het-woorden krijgen het verwijswoord dat.
Voorbeelden met de-woorden
- De foto → die foto
- De stoel → die stoel
- De lamp → die lamp
Voorbeelden met het-woorden
- Het schilderij → dat schilderij
- Het meubel → dat meubel
- Het toilet → dat toilet
Twijfel je over het lidwoord van een ander woord? Bekijk dan ook eens de of het lamp: juiste lidwoord of de of het lijst: juiste lidwoord. Dat soort kleine taalvragen zijn snel opgelost als je weet waar je moet zoeken.
Hoe onthoud je het makkelijk?
Een handige truc: vervang het woord door een enkelvoudig zelfstandig naamwoord waarvan je het lidwoord wél zeker weet.
- Zeg je de of het ervoor? Dan weet je meteen welk verwijswoord erbij hoort.
- De foto → verwijswoord is die.
- Het schilderij → verwijswoord is dat.
Een andere geheugensteun: alle meervouden krijgen altijd die, ongeacht of het een de- of het-woord is.
- Die foto's
- Die schilderijen
- Die meubels
Over meubels gesproken: wist je dat er ook vaak twijfel is over de schrijfwijze van dat woord zelf? Lees dan even meubels, meubelen of meubilair: wat is juist? — ook zo'n vraag die je daarna nooit meer vergeet.
Veelgemaakte fouten met foto
Dit zijn de situaties waarin het het vaakst misgaat:
- Dat foto is wazig. ❌ → Moet zijn: Die foto is wazig.
- Dat foto hangt scheef. ❌ → Moet zijn: Die foto hangt scheef.
- Kan ik dat foto hebben? ❌ → Moet zijn: Kan ik die foto hebben?
Het zijn kleine foutjes, maar ze vallen op — zeker in een bijschrift, een advertentie of een bericht aan een klant.
Conclusie
Foto is een de-woord, dus je gebruikt altijd die foto. Niet dat foto. Met de trucs uit dit artikel onthoud je het voortaan moeiteloos: kijk naar het lidwoord, en kies dan het juiste verwijswoord erbij.
Heb je nog meer van dit soort taalvragen? Check dan ook verlengt of verlengd: wat is juist? — ook zo'n klassieker waar iedereen weleens over struikelt.












